Ontwikkelingen bij de moeder

Voor veel zwangere vrouwen is deze week een mijlpaal.

De placenta (moederkoek) is inmiddels aangelegd en gaat de functie van de dooierzak overnemen. Je kindje krijgt nu tot aan de geboorte voeding via de placenta.

Je zult ongeveer een kwart van je zwangerschapsgewicht tussen nu en week twintig aankomen. Wellicht ga je jezelf nu ook beter en energieker voelen dan de afgelopen weken het geval was. Rond deze tijd kun je er aan denken om je werkgever te informeren. Meer over zwangerschapsverlof kan je lezen in week 11.

Bloedonderzoek

Tijdens de zwangerschap wordt je bloed een aantal keer gecontroleerd. Bij de eerste controle wordt je bloed onderzocht op:

Bloedgroep: A, B, AB of O?

Ben je Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief?

Bevat je bloed antistoffen tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt?

Ben je besmet met een van de infectieziekten syfilis (Lues), Hepatitis B of HIV?

Hemoglobinegehalte (Hb) ( ijzergehalte)

Glucosegehalte (bloedsuiker) op indicatie

Meer informatie over dit eerste bloedonderzoek vind je in de folder ‘Zwanger’ en de folder ‘Bloedonderzoek zwangeren’ van het RIVM.

Wat kan je doen bij anemie (ijzertekort):

Goede voeding is het belangrijkste! Daarnaast kunnen tabletten en drankjes met ijzer genomen worden. Die kunnen bijwerkingen geven zoals misselijkheid en verstopping. In week 9 hebben we hier meer over geschreven.

Rhesus

Uit het eerste bloedonderzoek kan blijken dat je bloedgroep rhesus D-negatief of rhesus c-negatief is. Er is dan extra onderzoek nodig in de zwangerschap.

De folder ‘Rhesus-bloedgroep tijdens de zwangerschap’ van het RIVM geeft meer informatie over dit vervolgonderzoek.

Heb je bezwaar tegen één van de onderzoeken, geef dit dan aan. Wij bespreken het dan met je. Alle bloedonderzoeken hebben als doel zowel jou als je kindje zo goed mogelijk door de zwangerschap heen te leiden.

Infectieziekten:

Lues (syfilis):

Is een seksueel overdraagbare aandoening, veroorzaakt door een bacterie. Om besmetting van de baby te voorkomen is het belangrijk dat de ziekte zo vroeg mogelijk in de zwangerschap wordt opgespoord. Lues is gemakkelijk behandelbaar met antibiotica.

Hepatitis B:

Is een infectieziekte van de lever. Deze ziekte wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus. Soms hebben mensen geen klachten en weten zij niet dat ze met het virus besmet zijn. Het virus is tijdens de zwangerschap niet schadelijk voor de gezondheid van de baby. Maar tijdens de geboorte kan een baby alsnog een infectie met het virus oplopen. Door middel van vaccinaties kunnen we dit voorkomen.

HIV:

Is het virus dat de ziekte aids veroorzaakt. HIV is dankzij nieuwe virusremmers tegenwoordig een chronische ziekte. Je kunt met HIV besmet raken als je onveilig vrijt met iemand die besmet is of als je in aanraking komt met besmet bloed. Je kunt het virus tijdens de zwangerschap of bevalling via je bloed op de baby overdragen of daarna via borstvoeding. Met behulp van virusremmers kunnen we deze overdracht meestal voorkomen.

Het voorkómen van infecties:

Niet alle infecties zijn te voorkomen en niet alle infecties zijn gevaarlijk. Maar sommige infecties kunnen wel ernstige gevolgen hebben voor de ongeboren baby. In de folder ‘Informatie over zwangerschap en infecties’ van het RIVM vind je meer informatie over de risico’s van infecties en hoe je deze infecties met eenvoudige leefregels kunt voorkómen.

Ontwikkelingen bij je baby

De hartslag van de baby ligt tussen de 110 en 160 slagen per minuut en zijn borst begint op en neer te gaan. Het oefenen van de toekomstige ademhalingsbewegingen is begonnen. Gezichtstrekken worden steeds duidelijker, helaas kun je dat nog niet zien.

Vingers en tenen hebben zich nu helemaal gevormd en er komen zelfs al nageltjes aan. Je baby kan zelfs al op zijn of haar duimpje zuigen. Vruchtwater wordt ingeslikt en uitgeplast om zo te leren slikken en drinken. Overigens wordt ditzelfde vruchtwater elke dag volledig ververst, waardoor de afvalstoffen voortdurend worden afgevoerd.

Weetjes en tips