Ontwikkelingen bij de moeder

Je hebt nu meer bloed, zeven in plaats van vijf liter. Die toename komt vooral door extra vocht. Je bloed is nu dunner, waardoor het gemakkelijker en sneller stroomt. Je hart heeft het zwaarder want die grote hoeveelheid bloed moet door je hart worden rondgepompt. Je vaatwanden zijn slapper geworden tijdens de zwangerschap.

Door de veranderingen kan er in je onderlijf stuwing ontstaan en daardoor kun je weer last krijgen van aambeien en of spataders. We hebben beide al eens besproken. Aambeien in de mail van week 11 en spataders in week 20. Probeer het te voorkomen door geregeld te bewegen en niet te lang in een houding te zitten of staan.

Door even op de grond op je rug te gaan liggen, met je onderbenen op een stoel waarbij je knieën een hoek van negentig graden vormen, stroomt het bloed makkelijker vanuit je benen naar je hart. Dit kan helpen bij stuwing. Helpt het allemaal niets? Neem dan contact op met je verloskundigen.

Ontwikkelingen bij je baby

Van alle organen zijn alleen de longen nog niet helemaal rijp. De hersenen groeien nog en de zenuwcellen en zenuwverbindingen werken nu, na 32 weken is die ontwikkeling gelijkwaardig aan die van een pasgeboren baby. Je baby zal ook al bewegen als hij of zij geprikkeld wordt of opschrikken van harde geluiden.

Deze week kan je kind zijn of haar definitieve positie innemen, maar het kan ook zijn dat hij of zij straks nog draait. Is je kind eenmaal ingedaald, dan verandert hij of zij niet meer van positie.

Geboorteplan en pijnstilling

Rond 20 weken geven je verloskundigen tijdens een controle folders mee over de bevalling. Een folder met betrekking tot pijnstilling en een folder over de voorbereiding op de bevalling. Deze informatie is ook terug te vinden op de website van je verloskundigen. Ze zullen hier bij een volgende controle uitgebreid op ingaan.

Weergave van een deel van een geboorteplan.

Voordat je gaat bevallen, kun je een geboorteplan opstellen. Aan de hand van een vragenlijst zet je op een rij wat je wel of juist niet zou willen tijdens je bevalling. Handig voor jezelf en voor je verloskundigen als ze je begeleiden. Je kan vast nadenken over waar (thuis, poliklinisch, of..) en hoe (op bed, in bad, of..) je wilt bevallen, wie erbij mogen zijn, of je pijnbestrijding wilt, wie mag de navelstreng doorknippen, etc. Tijdens de bevalling ben je soms (even) niet in staat om kenbaar te maken wat je wel of juist niet wilt.

Je krijgt ook een beter beeld van hoe een bevalling kan verlopen en wat voor keuzes jij en je partner kunnen maken. Natuurlijk verloopt een bevalling weleens anders dan je in je geboorteplan had bedacht, maar als het duidelijk is waardoor het anders gaat, vinden vrouwen dat vaak niet erg. Meer informatie over een geboorteplan kan je vinden op de website van je verloskundigen.

Mocht je veel vragen hebben, schrijf deze dan op zodat je niets vergeet. Neem het lijstje mee naar je verloskundige. Zij zal proberen jullie vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Pijnstilling

Het is belangrijk om tijdens een bevalling zo ontspannen mogelijk te zijn. Pijn is niet fijn, maar in dit geval betekent pijn: weeën. Die heb je nodig voor een (vlotte) bevalling. Er zijn verschillende hulpmiddelen om met de pijn van de bevalling om te gaan:

Wanneer de pijn toch te heftig wordt en deze middelen niet voldoende zijn bestaat er altijd de mogelijkheid pijnbestrijding te krijgen in het ziekenhuis. Tijdens de bevalling kijken je verloskundigen en jij samen of pijnstilling nog mogelijk is en zullen dan het desgewenste ziekenhuis bellen voor een overdracht. Meer informatie over pijn tijdens de bevalling vind je op de website van zorgwijzer.

Weetjes en tips